Agnes van Minnen

Agnes van Minnen

De Maxima-techniek: zwaai maar dag met je handje

Ondanks het feit dat er veel debat is over factoren die bijdragen aan het ontstaan van een Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS) zijn er diverse studies die trauma als een belangrijke oorzakelijke factor aanwijzen. PTSS komt dan ook veel voor onder DIS-patiënten. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, die uit 3 fasen bestaat, en daarom het fasenmodel wordt genoemd: stabilisatie (met name emotieregulatie-training), trauma-behandeling en integratie van identiteiten. Echter, er is steeds meer evidentie dat dissociatie een traumabehandeling niet in de weg hoeft te staan, wat de noodzaak van de eerste fase in twijfel trekt (Hoeboer et al., 2019). Ook laten studies zien dat inter-identiteit amnesie wel door patiënten ervaren wordt, maar dat dit objectief niet aangetoond wordt (Huntjens, Verschuere & McNally, 2012). Door deze bevindingen zijn er ook kanttekeningen te plaatsen bij het nut en noodzaak van de derde fase, aangezien er geen objectieve desintegratie is.

Als alternatief voor het fasenmodel, hebben we een nieuwe behandeling ontworpen, gebaseerd op cognitief-gedragstherapeutische principes. In dit model wordt DIS gezien als een reactie op (traumatische) stress, waarbij dissociatieve symptomen de functie hebben om trauma-gerelateerde stimuli en angst te vermijden (zie bijvoorbeeld Huntjens 2014; Cloitre 2012), en dat patiënten dysfunctionele meta-opvattingen hebben over dissociatie en geheugen (Huntjens et al, 2020). In het nieuwe behandelmodel zijn 3 elementen van belang: (1) traumabehandeling (2) geen bekrachtiging van dissociatieve gedragingen en opvattingen en (3) het afscheid nemen van de identiteiten die voorheen (tijdens en na trauma) een positieve functie hadden, maar nu niet meer. De behandeling is kortdurend van aard; de eerste 2 elementen worden uitgevoerd in (gemiddeld) 12-16 behandelsessies, het 3e element in 1-10 sessies. In de praktijk is deze methode op dit moment succesvol toegepast bij 15 DIS-patiënten. In deze workshop wordt dit behandelmodel eerst uitgelegd, en deelnemers worden uitgedaagd functionele verbanden te leggen tussen dissociatie en angst/vermijding/trauma. Er worden videobeelden getoond van patiënten bij wie deze methode succesvol is toegepast, met de nadruk op het derde behandelelement, het afscheid nemen van de identiteiten. Deelnemers gaan zelf tijdens de workshop in subgroepen oefenen met het derde behandelelement aan de hand van een protocol. Het leerdoel is dat deelnemers weten wat de functie is van dissociatie in relatie tot trauma, en dat ze een kortdurende cognitief-gedragstherapeutische techniek aanleren die hiervoor inzetbaar is.



Bovenstaande presentatie is onderdeel van de workshop Een cognitief gedragstherapeutische behandeling van de DIS met sprekers Agnes van Minnen en Marleen Tibben.

Over de spreker
mw. prof. dr. A. van Minnen (klinisch psycholoog/psychotherapeut/VGCT supervisor) is als directeur behandelprogramma werkzaam bij Psychotrauma Expertise Center PSYTREC te Bilthoven. Zij is tevens als hoogleraar ‘angstregulatie en behandeling van angststoornissen’ werkzaam aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Behavioural Science Institute; Nijmegen Centre for Anxiety and Affective Disorders Research and Expertise; NijCa2re). Zij doet onderzoek op diverse terreinen, met name op het gebied van dissociatie en posttraumatische stress stoornis.

Lezing(-en) door Agnes van Minnen

Parallelsessie 2 30 september 2022

5. Een cognitief gedragstherapeutische behandeling van de DIS (Workshop)

Zaal 15