Marike Kooistra

Marike Kooistra

Verandering in negatieve posttraumatische cognities: een werkingsmechanisme van exposure therapie voor PTSS

Verandering in posttraumatische cognities is een voorgesteld werkingsmechanisme van imaginaire exposure therapie (IE) voor PTSS. Bevindingen over of verandering in cognities voorafgaan aan symptoomverandering zijn gemixt, terwijl dit nodig is om een verandermechanisme vast te stellen. De huidige studie onderzoekt de temporele relatie tussen verandering in posttraumatische cognities en verandering van PTSS-symptomen tijdens IE. Hierbij hebben we gekeken of het of het gebruik van een korte versie van de Posttraumatische Cognities Inventory (PTCI-9) tot vergelijkbare resultaten leidde als de oorspronkelijke PTCI (PTCI-33). De PTCI-9 is een nieuw ontwikkelde vragenlijst die een veelbelovend, korter alternatief lijkt te zijn om cognitieve veranderingen te meten. Patiënten met PTSS (N = 83) kregen 14 tot 16, wekelijkse sessies IE. De PTSS-symptomen en posttraumatische cognities werden gemeten op baseline, week 4, week 8 en week 16 (post-treatment). Met behulp van time-lagged mixed-effect regressiemodellen, vonden we dat posttraumatische cognities, zoals gemeten met de PTCI-9, de daaropvolgende vermindering van PTSS-symptomen voorspelden. Het omgekeerde effect, PTSS-symptomen voorspellen cognities, vonden wij ook, zij het in veel kleinere mate. Dit laatste effect was afwezig bij gebruik van de PTCI-33. De huidige studie levert bewijs dat verandering in cognities voorspellend is voor symptoomvermindering tijdens IE, ook met het gebruik van de korte PTCI-9. We kunnen echter niet uitsluiten dat er wederzijdse beïnvloeding is van cognities en symptomen.


Bovenstaande presentatie is onderdeel van het symposium Optimale traumabehandeling: wetenschap aan het woord met sprekers Marike Kooistra, Chris Hoeboer en Marie-Louise Kullberg.

Drie onderzoekers presteren bevindingen uit de IMPACT studie, een randomized controlled trial naar de effectiviteit van drie vormen van exposure therapie voor PTSS ten gevolge van vroegkinderlijk trauma. De drie vormen van exposure therapie zijn effectief bevonden. Het is echter nog niet duidelijk op welke manier deze therapieën hun effect bewerkstelligen. Evenals er nog onduidelijkheid is over of exposure therapie ook effect heeft op comorbide klachten waar deze groep patiënten vaak last van heeft zoals depressie, persoonlijkheidsproblematiek, en middelenmisbruik. Daarom bespreken wij in dit symposium bevindingen uit ons onderzoek naar onderliggende werkingsmechanismen van exposure therapie en secundaire uitkomstmaten. De eerste spreker presenteert over de rol van afname in spanning binnen en tussen sessies op therapie uitkomsten. De tweede spreker presenteert over de rol van verandering van cognities op PTSS symptomen. De derde spreker presenteert het effect van exposure therapie op de meest voorkomende comorbide stoornissen bij patiënten met PTSS en zal de klinische implicaties hiervan bespreken. Inzichten in de werkzame elementen en effecten van exposure therapie op een verscheidenheid van klachten geven onderzoekers en clinici belangrijke handvaten in de behandeling van PTSS.


Over de spreker
Marike Kooistra werkt als promovendus bij de afdeling klinische psychologie van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op het verbeteren van de effectiviteit van exposure therapie voor PTSS. Ze is vooral geïnteresseerd in de werkingsmechanismen van exposure therapie en het gebruik van psychofysiologische maten in klinisch onderzoek.

Lezing(-en) door Marike Kooistra

Parallelsessie 1 30 september 2022

4. Optimale traumabehandeling: wetenschap aan het woord

Zaal 15